Toezichtstaken van CBP BES

De toezichtstaken van de Commissie toezicht bescherming persoonsgegevens BES zijn wettelijk bepaald in de Wet bescherming Persoonsgegevens BES en de Algemene wet Bestuursrecht.

Wet bescherming persoonsgegevens BES:

Artikel 44

  1. Er is een Commissie toezicht bescherming persoonsgegevens BES die tot taak heeft toe te zien op de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig het bij en krachtens deze wet bepaalde.
  2. De commissie vervult overigens de taken, die haar bij wet en ingevolge verdrag zijn opgedragen.
  3. De commissie vervult haar taak in onafhankelijkheid.

Artikel 51

  1. Met het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 44, zijn belast de leden van de commissie en de ambtenaren van het secretariaat. Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 5.18 en 5.19.
  2. De commissie is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen. De afdelingen 5.3.1 en 5.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 5.27, tweede lid.
  3. De in het eerste lid bedoelde personen zijn bevoegd een woning te betreden zonder toestemming van een bewoner. De artikelen 155 tot en met 163 van het Wetboek van Strafvordering BES zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de machtiging, bedoeld in artikel 155 van het Wetboek van Strafvordering, wordt verleend door de commissie.
  4. Geen beroep is mogelijk op een geheimhoudingsplicht, voor zover inlichtingen of medewerking worden verlangd in verband met de eigen betrokkenheid bij de verwerking van persoonsgegevens.

Algemene wet Bestuursrecht:

Artikel 5:11
Onder toezichthouder wordt verstaan: een persoon, bij of krachtens wettelijke voorschrift belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.

Artikel 5:12

  1. Bij de uitoefening van zijn taak draagt een toezichthouder een legitimatiebewijs bij zich, dat is uitgegeven door het bestuursorgaan onder verantwoordelijkheid waarvan de toezichthouder werkzaam is.
  2. Een toezichthouder toont zijn legitimatiebewijs desgevraagd aanstonds.
  3. Het legitimatiebewijs bevat een foto van de toezichthouder en vermeldt in ieder geval diens naam en hoedanigheid. Het model van het legitimatiebewijs wordt vastgesteld bij regeling van Onze Minister van veiligheid en Justitie.

Artikel 5:13
Een toezichthouder maakt van zijn bevoegdheden slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.

Artikel 5:14
Bij wettelijke voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan dat de toezichthouder als zodanig aanwijst, kunnen de aan de toezichthouder toekomende bevoegdheden worden beperkt.

Artikel 5:15

  1. Een toezichthouder is bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, elke plaats te betreden met uitzondering van een woning zonder toe stemming van de bewoner.
  2. Zo nodig verschaft hij zich toegang met behulp van de sterke arm.
  3. Hij is bevoegd zich te doen vergezellen door personen die daartoe door hem zijn aangewezen.

Artikel 5:16
Een toezichthouder is bevoegd inlichtingen te vorderen.

Artikel 5:16a
Een toezichthouder is bevoegd van personen inzage te vorderen van een identiteitsbewijs als bedoeld is artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

Artikel 5:17

  1. Een toezichthouder is bevoegd inzage te vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden.
  2. Hij is bevoegd van de gegevens en bescheiden kopie├źn te maken.
  3. Indien het maken van kopie├źn niet ter plaatste kan geschieden, is hij bevoegd de gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hem af te geven schriftelijk bewijs.

Artikel 5:18
Nvt.

Artikel 5:19
Nvt.

Artikel 5:20

  1. Een ieder is verplicht aan een toezichthouder binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.
  2. Zij die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht zijn tot geheimhouding, kunnen het verlenen van medewerking weigeren, voor zover dit uit hun geheimhoudingsplicht voortvloeit.
  3. Het bestuursorgaan onder verantwoordelijkheid waarvan de toezichthouder werkzaam is, is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het eerste lid.
  4. Indien de gevorderde medewerking strekt ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens een regeling die is genoemd in hoofdstuk 2, 3 of 4 van de bij deze wet behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak of in de bij deze wet behorende Regeling verlaagd griffierrecht, wordt de last onder bestuursdwang voor de toeppassing van de twee laatstgenoemde regelingen aangemerkt als een besluit, genomen op grond van de eerstbedoelde regeling.